Laatst gewijzigd: 13 februari 2010

Pesten

De ouderraad ondersteunt het Pestprotocol van OSG Schoonoord. De ouderraad hecht er veel waarde aan dat dit protocol door leerlingen en ouders wordt gekend. Daarom hebben wij het Pestprotocol overgenomen op deze website.

Pestprotocol Openbare Scholen Groep Schoonoord

Pesten komt helaas op iedere school voor, ook bij ons. Het is een probleem dat wij onder ogen zien en op onze school serieus aan willen pakken. Schoonoord hecht veel waarde aan preventie. Een gouden regel binnen Schoonoord luidt als volgt: “iedere leerling krijgt de ruimte om zichzelf te zijn; dat betekent echter ook dat je anderen diezelfde ruimte geeft”. Dit protocol heeft dan ook tot doel er voor te zorgen dat iedereen zich veilig voelt en zich optimaal kan ontwikkelen.

Daar zijn wel enkele voorwaarden aan verbonden:
- Pesten moet als probleem worden gezien door alle direct betrokken partijen: leerlingen (gepeste leerlingen, pesters en de zwijgende groep), docenten en de ouders/verzorgers (hierna genoemd: ouders). -

De school moet proberen pestproblemen te voorkomen. Los van het feit of pesten wel of niet aan de orde is, moet het onderwerp pesten met de leerlingen bespreekbaar worden gemaakt, waarna met hen regels worden vastgesteld. - Als pesten optreedt, moeten docenten dat kunnen signaleren en duidelijk stelling nemen. - Wanneer het probleem niet op de juiste wijze wordt aangepakt of de aanpak niet het gewenste resultaat oplevert, is de inschakeling van één van de vertrouwenspersonen (per afdeling een man en een vrouw) of orthopedagogen nodig.

Signalen van pesterijen kunnen o.a. zijn:

• altijd een bijnaam, nooit bij de eigen naam noemen
• zogenaamde leuke opmerkingen maken over een klasgenoot
• een klasgenoot voortdurend ergens de schuld van geven
• briefjes doorgeven
• beledigen
• opmerkingen maken over kleding
• isoleren
• buiten school opwachten, slaan of schoppen
• op weg naar huis achterna rijden
• bezittingen afpakken
• schelden of schreeuwen tegen het slachtoffer

Hoe willen we er mee omgaan?

- Onderwerpen als veiligheid, omgaan met elkaar, rollen in een groep, aanpak van ruzies etc. kunnen aan de
orde komen in mentorlessen.
- Andere werkvormen zijn ook denkbaar, zoals; spreekbeurten, rollenspelen, regels met elkaar afspreken over
omgaan met elkaar en groepsopdrachten.
- Het voorbeeld van de docenten is van groot belang. Er zal minder gepest worden in een klimaat waar
duidelijkheid heerst over de omgang met elkaar, waar verschillen worden aanvaard en waar ruzies niet met
geweld worden opgelost maar worden uitgesproken. Agressief gedrag van docenten, ouders en de leerlingen
wordt niet geaccepteerd. Docenten horen duidelijk stelling te nemen tegen dergelijke gedragingen.

Hieruit resulterend de volgende afspraken:

Afspraak 1:
Zowel docent als leerling is verantwoordelijk voor de sfeer in de groep. Medeleerlingen hebben dus de verantwoordelijkheid pestgedrag bij mentor, docent of vertrouwenspersoon aan te kaarten. Dit is geen klikken!

Afspraak 2:
Samenwerken zonder bemoeienissen: School en gezin halen voordeel uit een goede samenwerking en communicatie. Dit neemt niet weg dat iedere partij moet waken over haar eigen grenzen. Het is bijvoorbeeld niet de bedoeling dat ouders naar school komen om eigenhandig een probleem voor hun kind op te komen lossen. Bij problemen van pesten zullen de directie en de docenten hun verantwoordelijkheid (moeten) nemen en indien nodig overleg voeren met de ouders. De inbreng van de ouders is van groot belang. Te denken valt aan het aanreiken van informatie, het geven van suggesties en het ondersteunen van de aanpak van de school.

En verder de volgende regels die voor elke leerling gelden:

- doe niet bij een ander wat je zelf ook niet prettig zou vinden
- kom niet aan anderen als ze aangeven dat niet te willen
- gebruik geen scheldwoorden of bijnamen
- gebruik geen geweld, praten is de handigste oplossing
- beoordeel iemand niet op zijn of haar uiterlijk
- melden bij docent of mentor is géén klikken
- geen elke vorm van pesten (uitlachen, schelden, roddelen, spullen afpakken of vernielen, buitensluiten, geweld
gebruiken, iemand opwachten na school) wordt geaccepteerd! Hieronder valt ook het misbruiken van msn, sms,
email etcetera!

Deze regels gelden zowel op school als daarbuiten!

Wanneer pesten toch voorkomt wordt de volgende aanpak gehanteerd:

1. De leerlingen proberen er eerst zelf uit te komen.
2. Wanneer de leerlingen er zelf niet uit komen heeft elke
leerling het recht en de plicht dit te melden bij de mentor, docent of vertrouwenspersoon.
3. Deze brengt de leerlingen dan bij elkaar voor een gesprek en probeert zo het pestgedrag te doen stoppen
en nieuwe afspraken te maken. Tevens worden sancties en consequenties duidelijk gemaakt naar beide partijen.
(Zie ‘sancties’). Bovendien worden ouder(s)/verzorger(s) op de hoogte gebracht van de situatie en ook op de
hoogte gehouden, wanneer het hier niet stopt.
4. Bij voortzetting of herhaling van het pestgedrag neemt de docent, mentor of vertrouwenspersoon duidelijk
stelling en worden de sancties in werking gezet. Hiervan wordt melding gemaakt in het LVS en de mentormap.
4a. Tevens wordt er ter aanvulling op punt 4 een herstelcontract opgesteld.

De sancties volgend op pestgedrag variëren, afhankelijk van de ernst van het pestgedrag en de al dan niet zichtbare verbetering in het gedrag.
Bij voortzetting gedrag na gesprek docent, mentor of vertrouwenspersoon:
1. Vierkant rooster.
2. Het schrijven van een opstel over het onderwerp pesten en zijn of haar rol daarin inclusief de
beweegredenen van de pester en de consequenties voor het slachtoffer.

Wanneer deze sancties niet resulteren in verbetering van het gedrag van de pester worden de volgende stappen ondernomen:

1. Een gesprek met ouders en leerling.
2. Een gesprek van de leerling met een van de orthopedagogen. In uitzonderlijke gevallen kan er door school
worden overgegaan op:
1. Plaatsing in een time-out groep
2. Schorsing

Voorgaande is gebaseerd op de situatie dat het gedrag van de pestende leerling niet verbetert. Het omgekeerde kan uiteraard ook het geval zijn. Pestgedrag kan diverse oorzaken hebben (vroeger zelf gepest zijn, problematische thuissituatie, strijden om macht in een groep) en niet zelden is het een aangeleerd gedragspatroon dat voor de leerling moeilijk te doorbreken is.
In het geval van een duidelijke gedragsverbetering is beloning van dat gedrag minstens zo belangrijk. Zoals eerder genoemd wordt een goede sfeer in een groep door alle leden bepaald en een positieve benadering naar elkaar zal hieraan veel bijdragen.

Tips voor begeleiding van de gepeste en de pestende leerling:

1. Kijk eens op Pestenislaf of Pestweb
2. Bruikbaar materiaal voor in bijvoorbeeld de mentorlessen is te halen uit de kopieerset van het actieprogramma
‘pesten op school’
3. Begeleiding van de gepeste leerling
4. Begeleiding van de pestende leerling
5. Medeleven tonen en luisteren en vragen: hoe en door wie wordt er gepest
6. Nagaan hoe de leerling zelf reageert, wat doet hij/zij voor tijdens en na het pesten
7. Huilen of heel boos worden is juist vaak een reactie die een pester wil uitlokken. De leerling in laten zien dat je op
een andere manier kunt reageren.
8. Zoeken en oefenen van een andere reactie bijvoorbeeld je niet afzonderen
9. Het gepeste kind in laten zien waarom een kind pest.
10. Nagaan welke oplossing het kind zelf wil
11. Sterke kanten van de leerling benadrukken
12. Belonen als de leerling zich anders/handiger opstelt
13. Praten met de ouders van de gepeste leerling en de ouders van de pester(s)
14. Het gepeste kind niet overbeschermen bijvoorbeeld naar school brengen of ‘ik zal het de pesters wel eens gaan
vertellen’. Hiermee plaats je het gepeste kind juist in een uitzonderingspositie waardoor het pesten zelfs nog toe
kan nemen.
15. Praten; zoeken naar de reden van het ruzie maken/ pesten (baas willen zijn, jaloezie, verveling, buitengesloten
voelen)
16. Laten inzien wat het effect van zijn/ haar gedrag is voor de gepeste.
17. Excuses aan laten bieden
18. In laten zien welke sterke (leuke) kanten de gepeste heeft
19. Pesten is verboden in en om de school: wij houden ons aan deze regel; straffen als het kind wel pest; belonen als
kind zich aan de regels houdt.
20. Kind leren niet meteen kwaad te reageren, leren beheersen, de ‘stop-eerst-nadenken-houding’ of een andere
manier van gedrag aanleren.
21. Contact tussen ouders en school; elkaar informeren en overleggen. Inleven in het kind; wat is de oorzaak van het
pesten?
22. Zoeken van een sport of club; waar het kind kan ervaren dat contact met andere kinderen wel leuk kan zijn.
23. Inschakelen hulp; sociale vaardigheidstrainingen ; Jeugdgezondheidszorg; huisarts; GGD